152
de schenkvrouw, breed ingebukt 'r oer-ketel te hellen. Telkens bracht de lange bediende, klefferig bevuilde koppen aan, hield éven schoongeplaste onder den ketel-slurf, inmiddels vlug uit grooten suikerzak, —■ als overvloedhoorn blank-open neergetuit op bank-end, — 'n schep opvisschend, en in zwierige vlucht afplonsend, in ieder kop 'n hoosje. Naast de ingebukte vrouw, die geen tijd had om 'r lijf te rekken, stond 'n vuil emmertje, van binnen bleek-rood uitgekleurd, met smoezel water, waarin ze luchtigjes, — toch doorschenkend uit 'r koffieslurf, — rond-spoelde de aangedragen, klodderig bestroopte koppen. Even 't bruin-bestroopte van buiten wegplassend, druipend nog van vieze straaltjes grondig vocht, grabbelde ze met 'r natte handen de kommen weer öp, uit den emmer. En 'r zoon bleef bedienen, hield de reuzige koppen weer voor de tuit, die stroef stond, beklept-harig als 'n levende slurf, waarop vuiligheid bakte. En vlug, de eeuwig-gebukte schenkster rookte de kommen weer vol geurig koffiebaksel. —
Walgelijke stanken, duf en vuns rotbroeiden de groenten uit, de jenever, koffie en tabak. Tegen '1: roodbruine ruwe gebank, en den zwartmorsigen grond, zogen de stanken vast. Wilder, woester, in vergrootende donkering, slurpten, verhapten de koppen, met apig-dierlijke rukken 't brood, in geilen slurp en zuig, smakkend zich gevend aan vroege vraatzucht en drank.
Dirk lag met z'n arm op 'n stapel duf-stinkende manden, en achter z'n hoofd, op tusschenplank van middenbank, tweekants bezet, stapelden bossen groenten en bloemen, zoet-zwoele lelies, tusschen voos-luchtende aardappels en kool, bruidsgeur en blankte, vermolmend onder gronderige stanken van benauwing. Elk ding wasemde stank uit. De kleeren van venters stonken als verrotte beenderen. Verhitte kroegasem en bloemengeur zogen door elkaar heen. — Naast Dirk, hurkten met beenen onder kin opgehaakt, Klaas Grint en Rink van den polder, happend en smakkerend in scharren en poonen, ronkend van vreetgenot. Dirk had z'n derde kop koffie al heet inge-slurpt, luisterde nu, dwars door leuter-geratel en handengeklak-ker van nasjacherende vrouwen 11!׳ kerels om hem, naar