140
schreeuwde de Bode, nog de loatste ressies en dan is 't puur daan !
Weer stortte 'n veiler rhabarber neer op de heet-zonnige zinken veilbank, die dampte van geuren als 'n wierookaltaar. Weer sjorden zakken doppers öp, en voort joeg onder proestlach en juichender krijsch, gedol en nijd, de roezemoezende koop ; kwam er begeeren naar eerste schoft in de schorre, droge, heete keelen. Drukkender hitte gloeide en zwamde néér op menschenprop en koppen. Warmer stanken in zonnevuur, ontbroeiden op hun morsig vel, en de kajuit ademde wee-zoete luchten uit, van bak-muilen en grijnzende mond-manden, walmzwaar en duf-be-zwangerd, naar 't dek. Aardbeien, wee-zwoel geurden rond in 'n damp van benauwde zoetigheid, en telkens, in verschuif en versjouw van groenten, brandden de kisten hun rood uit, in zengenden blaker; kogelende vruchtjes vuur tusschen helgroen en zacht bleek, donker droef groen. — Groen, rauw als plan-kenkoloriet van Zaandamsche hutjes, omzond in heete murmeling van zomervreugd; tusschen pastel-teer bleek-groen. — En alles daar, zoefte voort in 't landelijk kanaal, 't hei-rood, 't groen, 't donkere en licht-felle, 't brandende wortelenoranje, de zee-groene lichtverwiegende kroppen, de pastel-fijne erwten, de boonen en bakken, stoofgloeiend onder 't blauwe vuur van •de eindlooze lucht, hemeldom van brandend lichtblauw; hitte die wit vergloeide in daverenden zonnebrand op wei en bouwgrond, eindloos in 't rond.
Als schroeiend brok zomer, levend brok aarde, in schipvorm saamgestampt, zoog de boot door het schitter-fel, licht-beketst water; als kleur-drijvende aarde-ark van groen en rood, tusschen goud-koperen gloeiing van roer-brokken en randstukken in glimmigen zwier van verglijende glansen. En rond de groente-ark, de hevige wemel, 't brandende trillende koloriet van alkleurig kistenschmink. Vóór ״Tuinders Geluk" zwierde kleurenbrand van andere booten, tusschen de heete zonne-oevers van eindloos poldergroen, Vaag rumoer van stemmen klonk daar óp, achter de pijpen. Van ver brandde 't aardbei-Tood uit kistenmuur, feller, hevig-heerlijk tegen hemeldom van