112
— Gij hoort hèt.... gèacht publiek.... üw vriend lijdt.. pijnèn... smartèn... ziét toe... hoe ik... dezen., jonggèling.. éénigen.... droppels.... van dit.... gèheimèn.... vocht toèdien.... zièdaar !.. mijn jeugdigèn vriend ! neemt ééns, een slokje en spoelt u, op dén plek., üws pijns.... Maar houdt hèt.... geheimèn sap over.. uwen ganschen.. tong vèrspreid. Zoo juist ! En nu.... ter exploiteering der krachten.... van mijn... geheimen Valurasavochten... blijkt dit... koelen vocht saamgèsteld.... uit bestanddeèlen van wonderen.... dien ik niet.. zeggèn mag !.... Maaaarrrr ! waarmeden.... ik allen.. pijnen.... gènees.. bij koningen en princen.... gravèn.. en baronnen.... tot bij den volken.... van dèn.. laagsten rang..
Ik zeg nü.... tot u.... gij jongen vriend ! neemt dit.... koelen vocht van Valura.. en laat hèt één oogènblik liggèn.. in den hoèken uws gebeentens, op dèn plek., üws pijns.. en gij zult niéts meer.... voelen. Dèn pijn.. zal zijn.. verdwénen .... en nooit wéder.. kèèrèn.... Alzóó.... spuw nü uit.. mijn jeugdigèn.... vriend.. .. het speeksel.. üws monds.... Schaamt ü niet. ... voor üws.. gelijkèn.. èn uwèn mindèren.. Zöö juist.... Drink nü eens.... één slok.... van dit.... ijskoud heraldisch water.... dat is heraldischen spijzèn.... van oorsprong. Egyptisch.... zöö j uist !.... spoel daarmèden uit.... den önreinhèden.... uws lichaams.... spoelt dit.... alles, dat meèleed aan uwen.... spieren.... en pezen.... gewrichten.... en gebeènten.... laat uwèn... mond verkoelen .... èn wèg.... wèg.... èènsklaps.... zijn allen pijnèn ! Spreekt vriend.... spreekt.... hoe.... voelt gij.... u ? Waar
is üw____ pijn ?... Waar ?... zoo éénsklaps verdwènèn ?....
Sprèèk !.... spréék !....
Slungel, met uitgespoelden, smakkenden mond, stond beteuterd, keek sip rond, als zocht ie naar de pijn, verbluft... Angstig 't eerst, greep ie naar de kaasjes op de straat, voelde in z'n zak naar z'n komkommers.
— Welnu.... jeugdigèn vriend., spréékt— bid ik u.... spreekt tot u.... gèlijken.... tot uw naasten.... vriendèn en maagdèn.... en zég hèn.. dat Jaack Rözel Juni-ör.. woon