Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



109

Karren ratelbonkten nu al verder van den kwakzalver af,, die al breeder omsloten stond in kring, en sterker stootten z'n woorden öp, schorde z'n moe geluid, afgetobd en bevend :

— Maaaarrrr ! nu.. Hoogè-eerd.. publiek.... Is er.... eenonder u.... die soüffreert.... aan pijnèn.... 't zij zinkens, 't zij koörtsen, 't zij rheuma-tiek in dèn mond.... het strottenhoofd .... hij komèn.... tot mij.... opdat.... ik hèm.... óp slag gènees.... onmiddèlijk.... Ik ben.. .. Jaack Rözel.. Juni-or.... heeren en dames !.... zoon van.... profèsseur.. Rözel.... Seni-or.... woonachtig tè.... Montabilie.... Maaaarrrr !.. ieder.. dien nü.... lijdendèn is aan pijnèn.... 't zij oorpijn, 't zij.. wang- 't zij keèlpijn. ... hij komèn.... tot mij !.... Mijnèn.... vriendèn.... en ik.... zal hèm.... dadèlijk.... genè-zen.... zonder smarten.... met dit.... geheimen.. .. wondèr vocht.... van Valura !.... Laat u.... héden.. niet terughouden, door.. .. angsten of.... valschèn.. schaamtèn's.... Want ik trek.. . . zonder pijnèn.... en zonder angsten....

Twee opgeschoten slungels en 'n knecht-tuinder wrongen zich uit den knellenden prop los, gingen bleuerig en gemaakt-lacherig voor de tafel staan. Een blondharige jongen had onder eiken arm 'n dik kaasje gekneld. — Uit z'n jekkerzakken bochelden goud-glanzende punten van komkommers. Met suggestieve kracht keek de Jood van z'n kruk op hen neer, door-oreerend toch tot publiek, zonder de patienten iets te zeggen, manou-vreerend den kring rond met z'n fleschjes. En donkerder figuurde z'n mager lang lijf tegen het late luchtruim, hoog-eenzaam op z'n kruk, in de afzakkende havenherrie, in den zwoeg van karren naar booten.

— Hei Jansse, hai hep 't op sain ruijker !.... t'met stol ie.. je koasies.. .. kaik de fint se klietere onder sain oarreme !.. schreeuwde Dirk, telkens aan z'n wang voelend of ie ook t'met geen kiespijn voelde. Dan kon 't nou toch beure feur niks. — Maar de Jood zangdreunde voort.

— Niémand.. mijnèn vriendèn.... behoeft dit.. te koopèn.. als hij.... niet dèn.. proevèn____heeft gèzien.... gelukkèn..

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.