io8
guidèn.... Voor geen twintig.. .. gèèn vijftien.... gèèn tien.. gèèn negèn.... gèèn acht.... gèèn zevèn, gèèn zes.... gèèn vijf...׳, gèèn vier.... gèèn drie.... gèèn twee.... gèèn één
gulden____Maaaarrrr ! dit vocht____waarmeè ik.... genees..
allen zinkèns.... allen koortsen.... allen keèl, allen tant.. allen maag, allen ingèwandspijnen, dit vocht.... kost sléchts..
dèn prijs van.... vijf-èn-twintig centen____ En al.... woudt
gij____ mij nu géven.... na te hebben---- gèzien---- den
wondèren van mijn wérken----op hét lijf en den ledèn----den
pezèn en den spierèn van iederèn persoonaadjen.... al woudt gij.... mij betalèn den blootèn somma van vijf-èn-twintig.. guidèn.... ik zou.... hét.... niet.... aanvaardèn.... omdat ik.... een weldaad.... voor den armen bèdoel.... —
Even hijgde ie uit. Ronddaverend geratel was achter z'n kring heengedonderd, dat ie sterker z'n stem moest uitzetten. — Z'n gezicht glom van zweet, stond grauw van vermoeienis. Toch probeerde ie door te spreken met cier, hoogdravend in zinwending, langzaam, als uitrustend bij elk woord, overdreven in hoflijke geaffekteerdheid, alle woorden afstootend met zware ,,'n". Weer had ie deftig z'n hoed van 't hoofd gelicht, sprak ie 't landvolk toe, meiden gapend van verbazing, kerels loenschend en heet op proeven. — Hier en daar, midden in en vooraan in den kring, stonden jongens en kerels met hand aan den mond gedrukt, zacht-kermend van pijn, gloeiend in hoop nu, van hun smart verlost te worden. Er begon wat bangelijk geloof •en verschrikte suggestie in den menschklont rond te gaan. Dat voelde de Jood, zacht-triomfeerend met ingehouen ironielach.
Zon, al lager, verfde gouïge glanzen nu op de luisterkoppen, en tèlkens drong nauwer öp de groep, om tandentrekker. — Zachte, plechtige verschuivingen van lijven en gezichten, armen en rompen, wurmden paffend in den kring, waar tusschen snikhitte dampte. Gezichten stramden strak, van vrouwen en kerels, nek-achterover, in öpstaar naar den al sterker suggereerenden Jood, in luisterspanning; koppen staarden, van jongens en kinders, waarop 't late licht wondere schijnsels weefde in legendarischen gloed.