Menschenwee, Derde boek, Zomer

Titel
Menschenwee, Derde boek, Zomer

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
456



100

en telkens, uit den kroeg-smokigen mist, doken kerels op, doodaf, in zweetvet verglommen, den heeten asem van hun drank in sjacher verhijgend over hun vruchten.

Midden in het oorsuizend donder-dof gesmak van bakken, in jagender tempo, stond plots 'n Jood, moorsch-zwart, op 'n kruk, voor 'n hoog standaard-tafeltje, waarop wat vuile tangen met kromme snavels, dooréén lagen ; grimmig roodroestig gereedschap als martelwerktuigen van middeleeuwschen kerker. —־

Midden tusschen 't gekrioel en den furiënden aanstroom van lossing en lading, was de Jood tweemaal tusschen karren en boot doorgedrongen, maar weer teruggesmakt van z'n standplaats. Eindelijk had ie z'n tafeltje bij 'n wat uitgedaverd walhoekje vastgemoerd, was ie spraakloos in de giftige woeling rondom, blijven staan. Voor 'm dromden handkarren, volgestort met felgele komkommers, goud-glanzend, bij punten gepolijst, en telkens daverden kerels met groentebakken voorbij, die licht rondsloegen tusschen 't overal wolkende aardbeirood.

Moorsch-zwarte Jood, met vonk-donkere oogen, stond hoog en rustig eindelijk op z'n smalle kruk, boven z'n tafeltje uit. Onder z'n tasch, tusschen de tangen, greep ie naar 'n trompet, tamboer-gebarig voor z'n mond drukkend. Valsch geschal toeterde en stootte ie uit, ééntonig als bazuindreun op grooten verzoendag in synagogen, kreten van vermoeienis en uitputting verjammerend. — Telkens bonkten, in ruwen daver kisten en manden tegen z'n kruk op, dat ie waggelde, zich vastgreep aan z'n vastgesnoerd tafeltje. Maar onvermoeid, toeterde ie door, energisch fel klankgescheur, dat de karhonden rondom nog ellendiger uitraasden, grienden en blaften, en telkens stortte ie 'n heet stjing! stjing! van bekkenslag er tusschen in. —

Achter den Jood, op z'n kruk, koepelde 't geweldig polderluchtruim, doorgloeid van glansen, waartegen donkerhoog z'n gestalte oproer herautte, in 't rondomme gebarrikadeer van manden, kisten en karren. Donker vonkten z'n oogen, en strak, taai-energisch, bleef ie toeteren en heete tjings van bekkenslagen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.