92
verbrokkelend in zij wegjes, weer aanspoelend in kleinere hurrie-golfjes van andere kanten. Drang tot afdoen vloeide samen op één punt, bij al de booten, drang en jacht, die angst-steigerend, al hooger aanstortte tegen 't forthooge bouwsel, kleur-heet monument van bakken en manden ; stroom die plots weer afrazernijde naar kroegen, dat er spuiing kwam en luchtiger rammeling van karren tót in de afgelegenste, koel-uitgezonde hoeken, bij pakhuizen naar polderkant.
Langs de havenvaart, achter kastanjelaan, lag de kei- en sintelweg hooger met leege kisten bestapeld, teruggestrooide vracht van 'n boot, die al twee maal aardbei naar de groote stad had vervoerd. Nu ook van polderkant donderden en bonkerden paardkarren en ezelwagentjes aan, met 'n geraas of 'r mijlen in 't rond muren van glaswerk instortten, telkens één op den ander vergletscherend. Tusschen 't lawaai van lossers en laders, gilden en joelden kinderen aan karkrukken, klauterend in stemmenschater over wagens, kisten, manden ; hingen en wipten ze aan karhoeken, elkaar bejoedelend oprukkend of terugsmakkend. Beestig woelden ze rond, furiënd in de herrie, stremmend 't gedrang en gesjouw, tot plots in woedevlaag van werkers, ze verjaagd werden naar andere hoeken. Maar ook daar woelden en klauterden ze weer als losgebroken apen uit dierentuin, ophitsend de honden die basten en jammerden gelijk schreiende gekken. —
Als wegratelde, met kar en hond, één tuindersgroepje, stortten nieuwe wagens rumoer uit, was 'r in enkele minuten weer kargedrang en gestoot op-elkaar-in. Achter boomgroen, waar goud-rooden gloed dampte, en scheemrig de laan lommer-glansde, keken vreemd de geheim-stille ruiten, nü onder half blader-duister, in haven-zonnerood vertooverd; bij brokken weerkaatsend 't belichte gewoel, worstelzwoeg van tuinders, die er vóór sprongen en holden, tierden en hotsten als gestrafte misdadigers, kankaneerend op heete platen, met hun verweerde tronies tusschen eigen walmende reukwaar in. Geen sterveling in 't stroomrumoer, die staan kon blijven. Van alle kanten stootten de vrachten óp, mannen, vrouwen, kinders,