66
weg. Louise zag z'n fouten, kloek en zuiver, verweet niet, maar liet hem z'n mensch-gebreken toch voelen. Flora dweepte wél, wou hem verafgoden, als haar Heine, wou niets van hem zien dan !t ideale, 't ridderlijke, 't poëtische. Flora was voor hem als 'n blauwlicht ochtendmeertje, tusschen kleine bergjes spiegelend, bij een miniaturig landschapje; of als 'n klein binnenhuisje, met schitter-fel invallend licht, waar de zon, blond en gloeiend, stoeide met dansende stofjes, en een damp van gouden blankheid trilde over huisjes-wit en heete steentjes. Haar romantiek bracht hem meestal aan 't lachen, tot ie opschrikte als ie inééns de zoelte van haar verlang-oogen op zich voelde wasemen. Ze kon hem toespreken met 'n zachte golving van gesmoorde passie in haar stem, bevend van nerveuse ontroering, dat ie er van huiverde. Zoo'n overgave had Louise nooit. Die bleef hoog-voornaam in haar liefde, statig en toch teer, zachtzinnig en toch fier, innig en toch princesselijk! Soms dacht ie, dat 't 'n wijde koele zwier in haar was, 'n hoog-heid van ziel, die nooit kon branden ; maar dan plots herinnerde hij zich uren van samenzijn met Louise van zoo'n warmte-uit-stralende innigheid en genots-hunk'ring, dat ie zich zelf dwaas vond en ondankbaar. Zij was nu eenmaal geen verknussend vrouwtje, dat haar man vertroetelde en zoete streel-naampjes voor hem uitdacht. Ze leefde nu eenmaal in een fijne fierheid, die nooit afdalen kón.
Tusschen de onuitgesproken gevoelens van Louise en de half angstig-gesmoorde van Flora; overviel Maurice 'n werk-koorts, die 'm heelemaal buiten de werkelijkheid van 't dagleven stootte.
De zomer was als een goudgloeiend lichtfestïjn door 't land heen getrokken, de dagen in een vurigen kring om hem heen bouwend, als telkens wisselende wonderen van glans en vuur, dat uitvlamde en weer wegdoofde; en nauw had ie ze gezien. Nu was de herfst, de rood-gouden herfst, met z'n malakietige weerschijnen en kleuren-droomen, met z'n somb'ren doods-geur van hout en bladeren, zoo snel weer vóórgewenteld uit den tijdkrans, dat ie er van schrok! Al herfst ?____ Alweer