204
of kanker — die toch niet zoo vreeselijk gevaarlijk bleek. —
En nu was ze op Maurice aangestormd.
Dat deed iets in 'm opschrikken, iets zoo kwellends, als ie nog nooit ondervonden had. Of 't moest zijn de marteling, die hij voelde, toen ie op 'n veiling 'n ander zag wegschuiven niet 'n koop, dien hij moedwillig had laten passeeren en waarvan hij later vernam, dat er veel op verdiend was. Dan golfde in rukkende bonzen het bloed naar z'n hersens ; dan suisde en gilde 't in z'n ooren. Eén razernij-gift cykloonde dan in 'm rond. Op z'n kantoor gekomen, holde ie dan naar boven en ver-schreide ie uren van machtelooze woede en zenuwtoorn, dat ie zóó stom, zoo ellendig stom geweest was, 'n ander, 'n vreemde te gunnen, wat hij in z'n zak had kunnen steken. — Over zulk verhes kón hij niet heen. Hij voelde zich van smart verstuipen. Er scheurde iets in 'm. 't Bedénken, met 't Bloeddorstige van z'n roofdier-aard, dat 'm 'n kluif uit de klauwen geroofd was, tergde 'n helschen angst in 'm aan, dat zoo iets wéér zou gebeuren. Hij kon zich wel 't vleesch van de vingers bijten in dolle drift, dat ie iets had laten passeeren, waarop verdiend werd, terwijl hij dingen gekocht had, die misschien stroppen waren. — Dat gevoel van krankzinnige woede, van razernij, van opgejaagden wrok en tot waanzin aangehitte getergdheid, onderging ie ook nu weer, toen ie Flora's hartstocht bemerkte voor Maurice. Maar tienmaal heviger, gepijnig-der, smartelijker, met een valsche verdoemingspassie en er tegenover een haat, die levend uit z'n donkerste en diepste wreedheid opmonsterde. Eerst had ie gedacht, er dood onverschillig onder te zullen blijven. Wat kon hem schelen of ze zich aan Maurice gaf, als hij maar geen schade er bij leed. Maar hij leed wél schade en ook z'n gedachten waren anders uitgevallen. — Hij verschroeide van jaloersche drift.... z'n bloed brandde en ziedde hem in 't heete lijf. Flora had hem gezegd, dat ze Maurice alleen liefhad. Hij kon doen wat ie wou, ze zou dat heerlijke gevoel niet meer voor hem verbergen en tegenover hem ook niet langer huichelen. Soonbeek was heelemaal niet voorbereid op die bekentenis. In nijd en venijn