192
te stemmen. Maar die aandoening werd dadelijk onderdrukt, toen ie haar zoo innig-hulpeloos, smeekend en toch niet dringend en in hartstochtelijke vervoering als anders zag kijken. Ze leed. Ze scheen iets te zoeken, iets in de verte, iets achter hem heen. Haar borst zwoegde en de schrikkelijke bleekheid van haar gezicht deed 'm beven. Hij kreeg allerlei dolle gedachten. Als ze eens stierf.... ze keek zoo vreemd, zoo bang-vragend. —
Eindelijk leek ze wat bij te komen. Met fluisterstem vroeg ze 'm een glas water. Maar hij moest 't zelf halen. Hij ging, kwam gejaagd tefug, gaf haar 't glas, dat ze hevig bevend naar den bleeken mond bracht. Plotseling snikte ze 't uit. — Maurice nam haar voorzichtig, zelf sidderend van ontroering, 't glas uit de beefhand en zette 't op de tafel neer. Dadelijk keerde hij naar Flora om, zonder te weten wat ie doen moest, 't Weende in hem van droeven, vernielenden angst en gejaagdheid. Nooit, nooit zou hij haar meer alleen kunnen laten. Heel z'n brief schrijverij was larie bij wat er nu gebeurde en allerdiepst de innerlijke verhouding vastzette tusschen hen tweeën. Ze leed zoo verschrikkelijk. Alles was diepe smart in haar. 't Krampte door haar heen in schokken, snikken en angstig, half-gesmoord gekreun. — Haar grijze oogen keken doodelijk-droef; de zachte theeroosgeur wolkte ijl om haar heen, zacht-bedwelmend en teere herinneringen in hem wekkend, zooals muziekgeruisch, uit de verte opgevangen, verbeeldingsleven schept in wazige toondiepte. —
Toen, in wilde vervoering en uitscheuring van 'n smartkreet, fel als 'n gil, en toch klankrijk als 'n zang, greep ze 'm vast om den hals, hem zóó smartelijk-zacht roepend bij z'n voornaam en zóó zacht kussend, dat hij zelf zich overduizeld voelde van een nevelige verrukking, 'n Paar minuten hield ze 'm omklemd, keek ze weer in liefdevervoering met haar roodgeweende oogen, waarin de stille smart nog vochtigde, naar hem óp. Maurice was zelf te ontroerd om na te denken. Hij rook alleen weer den zoeten thee-roosgeur uit haar kleeren, hoorde de woest-smartelijke klacht van haar kreet nog na en heel ontdaan