272
klank-visioenen van een angstige, noodlot-voorvoelende onheil-uitzingende tragiek. Wel altijd nog beheerscht door de grillige charme van zijn Foolsch genie, maar toch doorhuiverd van een obsessief levensgezicht op der dingen aanschijn, dat hij zichzelf in z'n angst wil ontvluchten. Hij ziet zichzelf sterven. Soms voelt hij zich al dood. Er sombert een rouw-sentiment door zijn ijlende, koortsige weemoedigheid. De hallucinaties worden in hem al banger, aangrijpender. Hij kon z'n visioenen als tasten in de werkelijke wereld. Hij ziet een voor ieder onzichtbare schepselen-groep, die hem met den dood dreigt. Z'n ziel, z'n geest siddert!
O! die trieste, uitputtende angst-dagen opMajorca!
Levend daar met zijn liefde, die denkbeeldig was! Is de tragiek van het Leven dan altijd zoo ontzettend dat het eerst dan zich in hoogste openbaring aan de Schoonheid geeft als de ménsch-zelf krampt van smart, haast sterft van verlangen, en verwoeste levensvreugd!
Is dat daar, te Majorca, die ingezonken, sluipende, schuwe figuur, is dat daar de salon-virtuoos die ieder zich toén dacht omglansd van lichtende wereld-glorie, van succes in de high-life-kringen ? Beademd door liefde-mondjes van honderden verrukte vrouwen?
Het leven ironiseert!
Wie hunner kende anders dan oppervlakkig de diepe beroeringen van dit schoone, timide wezen?
Zelfs de mannen-zwelgster, vlak naast hem, begreep niets van zy'n huiverend-hevig lijden. Er is zooveel tragiek in 't leven van grooten die nooit tot bewustzijn der massa komt!
Hij, de zachte klank-streeler toondicht daar zijn