269
en roept er! Dat zijn geen mazurka's! Dat zijn smartzangen van een door verloren liefde verwilderden klager en noodlotsvoeler. Voelt ge dat niet? Voelt ge niet den Chopin, telkens en telkens, van de vertrapte liefde, altijd roepend en verlangend, en altijd weer dat begeeren voor anderen geheimvol omsluierend met vervreemdenden weemoed?
Is het wonder dat déze man niet kón spelen voor groot publiek? Eon hij de smartelijkste intimiteiten van zijn ziel te-grabbel-gooien voor een onbekende massa van menschen?
Hij pronkt niet met zijn heerlijk kunnen als de groote Liszt.
Hij nadert de stilte met zijn muziek. Zjjn muziek van weedom en droom is geschapen door den diep-intiemsten drang. Tot plots hem 't gezicht van Con-stantia Gladkowska voor den visioenairen geest schiet. Dan zwoegt en hijgt zijn ziel, stormt een vlaag van heftigste, schreiende verbittering los. Dän duizelt hij en in de schittering van zijn techniek gaat een koortsige kracht gloeien, die vreemd en ontstellend doet staren wie naar hem luistert.
Waarom zou hij ook niet haten?
Heeft de ״olympische" Goethe niet óók van zijn smart gesproken en tot Eckermann gezegd: „Sie kennen mich nun seit Jahren hinlänglich und fühlen was an all dem Gerede ist. Wollen Sie aber wissen, was ich gelitten habe, so lesen Sie meine Xenien, und es wird Ihnen aus meinen Gegenwirkungen klar werden womit man mir abwechselend das Leben zu verbittern gesucht hat."
Langzamerhand verbleekt 't gezicht van Gonstan-tia. Dan sterft ook zijn angstige haat en zijn verbittering. Alles vervloeit in een weemoeds-droom, en