256
Muziek van Ghopin! Als plots omtooverd in een zaal van Venetiaansche spiegelglansingen. Ziet ge niet de heeren met de fonkelingen van hun geborduurde rokken, den nattigen glans hunner satijnen vesten, voorbijgaan in de helle schittering der fijne spiegels? Ziet ge het vurig getril en gestraal van juweelen op sjerpen en rokken en voelt ge den ge-parfumeerden adem van alles wat daar leeft in de stille verhitting van geheim genot? Hier wolkt de weelde-droom boven de drinkende hoofden der pralende gasten. De wijn vlamt en licht, en onder gescherts en zinne-stoei, opent zich het verschiet op hun brandende begeerten.
Muziek van Ghopin! Als wulpsch geruisch van fijnste hetaere-gewaden omzweeft ze ons. De schoone vrouwen cataleptiseert zij. Zij staan tegen de gouden lambriseeringen bleek van hartstocht en sidderend verlangen. Zooals ochtendzon speelt in blonde orangerie, tusschen boom en blaren, daar dóorduikt tus-schen takken en groen, zoo speelt zijn melodie in het gouden verbeeldingslicht om hem heen, brengt hij verstomming met de zwoele, mysterieuse chromatische klankdiepte van zijn gezangen. De rococo-stijl heerscht soms in dien zang, en de angstige weelde van een neurasthenisch droomleven. Klank-arabesken als de kleur-lijn op Perzische tapijten, grillig en rijk, pralend en toch in één stemmings-zwenking omfloersd van teed're rêverie.
En tóch is de diepere Ghopin geen salon-ziel.
Chopin is in fijnste constitutie moeilijk te doordringen. De heele psychologie van zijn droom'rige natuur en hallucinaties heb ik in levensbeschrijvingen nooit omvat gezien. Overal hetzelfde zeurderige geteem.