242
Telkens zien wij hoe alleen de schoonste en diepste gevoeligheid voor het woord ons een diepen indruk kan geven van eens anders kunst. — Kunsthistorische kennis is zeer nuttig, bovendien eene schoone zaak en schenkt het menschdom bijzonder veel — soms zelfs — TJrkunden-vermaak. Kunst-historische kennis kan als begeleidende inductieve wetenschap, ook helpen bij de subtiele determineering van levensstadia, en fijnere doorwerking van archivarische bijzonderheden.
Kunsthistorische kennis staat tot leven-scheppende critiek als een woordenboek tot een lyrischen zang. Maar over de ziel van den kunstenaar verspreidt zij zooveel licht als 'n lampion in schemer. Alleen het lévende woord kan de lévende ziel verklaren. Ook technische kennis is een prachtige eigenschap voor den analytischen geest en vaak zeer noodig voor het diep indringen in het fijnere samenstel van kunstwerken. Maar als de spontane ontroering niet een glans over den stijl spreidt gelijk een lichtende materie van persoonlijk leven, dan blijft er toch ondanks technische en kunsthistorische kennis groote onbevredigdheid.
Die stijl-glans nu, die zoo uit de diepste innerlijkheid van de ziel de woorden omlicht, de zinnen aantast, die heeft Van Deyssel in zijn Rembrandt-stukken. Zijn citeeren van Bode, Michel e. a. om een kunsthistorisch karakter te geven aan zeker documen-teel gedeelte van zijn arbeid is overbodig, een soort bedriegelijke wetenschappelijkheid om het studieelement in 'twerk te doen uitkomen. Waarvoor? Wat ons alleen treft is de heerlijke bewogenheid, de fijne, vaak prachtig beheerschte styleering van zijn verrukkingen, is ook de manier waarop Van Deyssel in de groote machtige ziel van Rembrandt tracht door