228
geheel uitsluitende realiteiten. Deze kroniek leent zich niet tot 'n uitvoerige ontleding van Emants' beschrij-vings-werk en van Emants' taal in 't algemeen. Soms zegt hij prachtig-rake, scherp-beeldende en zeer klank-gevoelige dingen, maar even dikwijls daartegenover staan hevige beeldings-onmacht, valsche beeldspraak en onzuivere ergerlijk-rhetorische vergelijkingen. Er is heele-maal in dit boek iets eigenaardigs met den stijl van Emants gebeurd. Er zijn geheel nieuwe woord-vormingen en woord-verbindingen door hem gebruikt, die hy vóór dien tijd als uitdrukkings-materaal in zijn werk nooit zou hebben toegelaten. Al klinkt het ook vreemd, toch dient 't gezegd, in dit boek is Emants' taal zéér sterk onder den invloed van de impressionistische uitingswijze der jongeren. Er zijn in dit boek, als de analyze maar scherp wordt doorgevoerd, zelfs twee stijlplans aan te wijzen, waarop de uitbeelding tot stand is gebracht. Eén stijl-element beweegt zich binnen den kring van Emants' gewoon woordmateriaal, waarvan hij zich altijd bediend heeft, een ander stijl-element, beheerscht door de impressionistische techniek der jongeren, staat onopgelost daar tegenóver, karakteriseert op zeer eigenaardige manier den invloed, door Emants op z'n uitings-(ik zeg niet: wérkwijze), nü nog ondergaan. Ik herinner mij uit een in Van onzen tijd destijds verschenen vernietigende critiek op Emants' zeer mooi boek ״Inwijding" het verwijt hem gedaan, als zou Emants eigenlijk maar schrijven op goed geluk af, zonder werkelijke kunstenaars-intuïtie, door niets anders gesteund dan door zekere routine en techniek, die zijn werk in ordinairen zin leesbaar maken. Als ik mij goed herinner, werd in deze fel-afbrekende critiek van Mej. Viola, een bekend katholiek kunstrechtster, alle diepere beteekenis aan de figuur