221
voeging. Als 'n kunstenaar werkt, arbeidt bij natuurlijk voor zijn mede-menschen. Dat staat vast! Maar toch is er bij velen een zeer groot verschil in de wording der werkintuïtie. Er zijn er die scheppen alléén uit zelf-ontroering, zonder 'n seconde te denken aan een wereld buiten hen, terwijl ze werken, zonder een oogenblik zich bezig te houden met wat men van hun gevoel, hun uitbeelding zeggen zal,... maar er zijn ook die scheppen en in aanhoudend bewust contact blijven mét de buitenwereld. Dan loopt de zuiverheid der kunstuiting groot gevaar, ontstaat er dikwijls valsche mooidoenerij en emotieloos geprodu-ceer. Met bij-bewustzijn werken doen zeer veel schrijvers. Het is de psychische pose van den stijl, die bij gebrek aan diepste zelf-ontroering, steun-selen en prikkels van buiten noodig heeft om te gedijen.
Ik zou ze u met de vingers kunnen aanwijzen, deze stijl-poseurs. Het is niets anders dan een toezien op eigen ״mooi" en „puur" gevoel, op wendingen van vernuft. En juist door de inbrenging van een bewuste controle over de werkingen van 't gevoel, die alleen in onbewustheid mógen ontstaan om zuiver te blijven, krijgen we een eigenaardige en typische vervalsching van elementen in den stijl zelf, zich onmiddellijk wrekend op iederen zin, ieder woord.
Hier zou een zeer vérreikende en diép doordringende analyse kunnen volgen over de póse en de vooruit-met-publiek-levende vervalsching van eigen gevoel. De filosofiie van het Bewuste... zou de ironie ze noemen, wijl er nu al eenmaal een filosofie van het Onbewuste is! Uit die zelfde stijl-pose ontstaan zoo vaak de z.g. technische meesterstukken, toch zónder menschelijke ontroering en levensstrooming.
Er is zoo veel duldeloos bedrog in de simuleerende