218
die meening, als men met innigste oordeels-zuiverheid op den klank van haar dialoog let, als men in zich opneemt elke wending van haar handelende kunst.
Leest het schetsje Wraak b.v. Twee meisjes, innige vriendinnetjes, moeten spelen met een meisje dat ze ״naar" vinden. Ze schelden haar in stilte uit voor „krent" om haar oogjes. Ze plagen elkaar geweldig en zeer mooi is nu weergegeven de kruis-stemmingen van deze impulsieve, onder dadelijken drang werkende kinder-naturen. Het boudeeren tegen „krent," 't plagen, 't sarren, 't kwaadaardige-weerom-doen van „krent" en eindelek de wraak der twee vriendinnetjes. Alles is hier even levendig, echt, innig, en zoo objectiefreëel als 't maar kan.
Er is nog iets! Er zijn kinder-temperamenten, die door in- en kruiswerking van zekere hartstochten als toorn, afgunst, haat — zich plots zóó vól ver-menschelijken, dat men waant met uitgegroeide wezens te doen hebben I
Dat heeft mevrouw Boudier—Bakker ook zoo diep gevoeld.
Zie hier Boos, „de krent" gillen van woede, zie de wraakzuchtige en listige voorbereiding der twee vriendinnetjes óm Boos in de gang te lokken. Zie de zelfbewuste trots van het H. B. S.-bakvischje dat na schooltijd verboden wandelingetjes maakt met haar aanbidder. Telkens en telkens leeft dat groote-menschen-gevoel er in, met onbewuste simulatie.
Bijna al de schetsjes zijn uitmuntend. Er staan maar weinig bepaalde zotternijtjes en verhaal-trucjes in en de taai-tekortkomingen zijn niet heel erg, juist wijl de stijl heel gewoontjes is. Alleen blijkt de dialoog soms te weinig geïndividualiseerd. Om dit goed te kunnen aantoonen, zou ik ruimte moeten hebben,