209
De Slotsom : dat-ie Van de koele meren des doods diep, diep slecht rond, ״een schandelijk, eerloos boek," geen lyriek en geen visioen. — Hij vertrok. Ik staarde.
Van een lyrisch-visioenair standpunt uit, geëerbiedigde lezers, is Van de koele meren des doods een ... ik weet 't niet, lezers. —
Ik grabbelde weer wanhopig tusschen mijn kaartjes, 't Meisje wachtte. Ik snakte naar den psycholoogpessimist. Voetstappen ... somber;... stem, lugüber! Geklop .. zwaar!
— Binnen ! Aangenaam ! Hoe vindt u Van de koele meren des doods ? overviel ik plotseling!
— Wat zegt U Van de koele meren des doods? Er volgde een zeer opgewekt gesprek. Mijn pessimist lachte met een heerlijk geluid. De levenslust gorgelde hem in de keel als spoelde-ie zich met schaterend genot. Hij sprak veel over Schopenhauer... Bouddha ... Von Hartmann ... over diens telefonische aansluiting bij het Absolute!
Ik begreep er niet veel van. Z'n lach werd zoo heerlijk vol, zoo gezellig, dat ik al maar luisterde naar den lachklank van zijn stem.
Eindelijk bleek het toch dat-ie Van Eeden een heel slecht psycholoog vond en 't slot Van de koele zoo belachelijk, als het snuit van een gommeux, die in 'n vat met boter gestruikeld is. Maar begrijpen deed ik niets. Ieder sprak over 't innerlijke van dat boek héén. — Hij vertrok, trotsch en verheven pessimistisch. — Van psychologisch-pessimistisch standpunt uit bekeken is Van de koele meren des doods, een boek dat... ik weet 't niet, geëerbiedigde lezers. —
Ik liet, nerveus en ontroerd, dat nu niet een dezer grootheden mij een oordeel over dit boek kon geven, Studiën. 14