206
Heerlijk, prachtig! Ik zon dadelijk georiënteerd zijn, als ze kwam.
— O ja, zou ik, schijnbaar heel gewichtig, zeggen: U is immers de schrijfster van dat bijzondere boek, dat handelt over... enz.! Prachtig !
Maar in één gezelschap kon ik die menschen toch niet samen brengen. Stel je voor, dat de psycho-lyrische en de mystisch-ondoorgrondelijke het met den socia-impressio-féitèi-naturalist te kwaad kregen. Stelt TJ voor, een worsteling in mijn cel tusschen deze gedachten-kampers. Ik zou onder de strijdklanken alleen reeds verpletterd raken. —
Weer klopte de meid. 'n Kaartje ? Ja, meneer. Lees maar op I
— Meneer... Jonkheer van Bourgondie tot Schel-
linghave van Kiesstraat tot Medemblik.....pro ...
pro ... prote .. . prote ... Ie ... protelarische kunstenaar en Zieneer ... stottert het kind met bezweet mondje van inspanning. Ik begrijp en schiet in 'n lach I
— Plaats ze maar in de goeie kamer, Dien, maar verzoek vooral.. die meneer Stook, die idealist.. z'n voeten te vegen! Want idealisten zijn zoo.. wacht!... Hebben die wel voeten ... ? Nou, in ieder geval, je kan er op letten.
Ik kreeg nu 'n prachtigen inval.
Al die bezoekers hielden me van mijn werk op! Ik wou juist beginnen 'n kroniek te schrijven over ״De Koele Meren des Doods." 'n Oordeel had ik niet! Als ik ze nu eens mannetje voor mannetje ontving, en ze zoo tersluiks hun oordeel vroeg. Dan kwam ik makkelijk aan 'n kritiek, en de lezers kregen het critische neusje van den critischen zalm!
Meneer Stook, den idealist, laat ik btoven komen.
— Ha, heel aangenaam.. neemt u plaats.