205
Meneer F.: romanschrijver, Van Deysseliaan. Meneer Q-.: Psycholoog-pessimist. Meneer H.: Psycholoog-opti-mia-rea-naturalist! Mevrouw I.: Kloosist en Gortist... nieuw-deklamatorische ziele-methodiste. Mevrouw J.: Ironikière, satyrière ; meneer K.: novellist, specialiteit in lager-standen-schetsen. Meneer L.: Impressio-rea-f&ta-naturalist. —
Hier houd ik 'n wijl halt! Dit kaartje is 't mooiste van alle: deze meneer L. is dus, als ik 't wel heb, impressionist, realist, fatalist, naturalist. Je kunt 't 'r mee doen I Met zeer fijne lettertjes staat het, gra-cieuselijk omkruld van 'n teeder rood ornamentje, vermeld, op dof-wit papier! 't Geurde nog naar den geheimzinnigen zak van den impressio-reo-fèi-tèi-natu-ralist. Ik schrok. Een had nl. een waschlijst achtergelaten van al de dramatis personea, die hij 't aanzijn ״geschonken" had; een verzameling schertsende of jammerende menschen, die allen in nerveus gebaar naar de registers van den burgerlijken stand heen wijzen met smachtende gezichten ! Ze wouên erkend worden, erkend! Geen zonen, geen dochteren van wild vernuft blijven. Geen bastaard-tronies dragen. Ze huilden om een naam I —
En al de menschen, die kaartjes-afgevers, die begaafden, wilden mij spreken. Goddelijke eer! Ik hoorde in de gang het ongeduldige getrampel van onzen „idealist." 't Speet me, maar ik moest toch even rondom me strooien, al wie mü buiten hem reeds verrast hadden, met hun titulatuur.
De meid kwam weer op, klopte. Ja! — 'n Kaartje... Ik las: meneer... mystikus, socia-koloniaal... Wèit ? nóg een ? Ja meneer! Ik las... mejuffrouw B... Dokter in de Klassieke letteren, schrijfster van... vertaalster van; Z. O. — Ik z&g Ommezijde; vond daar een pers-uittreksel, over al haar producten.