204
altijd: jonge, alles wat je met je schrijverij doet, is heel aardig ! maèx ... makr ... je bent eerst beroemd... als je in 'n Encyclopaedie staat!
En nu sta ik in een Encyclopaedie en nu ben ik beroemd I Hoera!
En nu ondervind ik er ook allen last van!
Zwermen schrijvers gonzen om je heen. Handschriften bij pakken worden je vertrouwelijk ״ter inzage" gestuurd. — Je krijgt brieven en ... bloemen en pralines... en m'n zoontje is altijd lief als de kunstenaars hem op de trap ontmoeten. Je ziet snikjes en glimlachjes, soms grijnsjes. D'een heeft witte, d'ander groene tanden merk je, als er veel gesnik-grimlacht wordt. —
Van morgen op het moment, dat ik juist een kroniek wou gaan schrijven, klopt ons meisje aan. —
— 'n Kaartje... meneer, vraagt belet!
— Hm ! hm !...
Ik lees den naam van een schrijver, zeg: Stook, en even er onder met kleine lettertjes: ״Idealist." — Aldus : Stook : Idealist. —
Goddank 1 Er zijn dus nog idealisten. Ik grabbel in m'n kaartenbak en laat meneer Stook, den idealist... zoolang... in de gang. — Ik ben wat nerveus! Gebeurt je niet allen dag !... bezoek van een ״idealist."
Haastig grabbel ik in m'n kaartenbak en zoek naar equivaleerende gewichtighedens. Nu pas merk ik dat hij niet zóó alleen staat, als ik wel dacht. Ik grijp wel honderd kaartjes met opgaaf van ziels-beroep! —
Meneer A. is realist, zonder meer. Dan 'n kaartje van mej. B.: Sprookjesdichteres. Meneer G.: lyrisch ׳ dichter, sonnettist. Meneer D.: vrij-vers-voorvechter, Malarmist!... Meneer E.: episch dichter... verloofd met de sprookjessnapster, familie van den malarmist.