FREDERIK VAN EEDEN. — FANTASIE-CRITIEK OP ״DE KOELE MEREN."
ijn grootmoeder, geëerbiedigde lezers, was eene aristokratische oude dame van hoogen Spaanschen adel, iets, waarop ik nog altijd zeer trotsch ben. Inbaar jeugd, — onze" familie-documenten bewaren dit humoristische feit niet zonder vreeze, — moet zij geëngageerd geweest zijn met 'n rechtstreekschen na-neef-afstammeling van Cervantes. — Maar, van te geringen adel, moest zij haar ״scharreltje" opzeggen. — In Spanje is een blauwe scheen loopen of laten loopen even pijnlijk als in Holland. Misschien nog pijnlijker, omdat de Spaansche almaviva-vist zich meer baadt en de huid daardoor gevoeliger wordt. Toch heeft het geval zich in onzen familie-kring gewroken, wijl zelfs het nuchtere, helaas verbroken engagement een hereditair fluidum in de nakomelingen van ons geslacht heeft overgebracht, voldoende om ons, manlijke telgen, allen een beetje te be-Don-Quichotten. — Als zuigeling vocht ik al met windmolens en maakte ik toespelingen op de avonturen van m'n bijna-bloedverwant Gervantes.
Die grootmoeder nu, geëerbiedigde lezers, zei me
203