201
te wenschen, dat de met-verliefde schrijvers in ons land dit voelden! Verliefd, bedoeld in den aller-hoogsten, psychischen zin. We zouden heel wat z.g. liefdesromans minder krijgen.
De liefdesgeschiedenis in Dievenschool is geschreven ónder inspiratie. Dat zégt al wat. Ik wil nu geen stijl-analyse doen volgen. Laat ik den heer Goudsmit zeggen, dat hij zich te ontworstelen heeft aan de onoorspronkelijke, zeer opgelegde elementen in zijn stijl, wijl hij talent heeft, en gevoel, zuiver gevoel voor levensschoonheid. Hij heeft beslist talent, talent voor de psychologie, talent voor de klein-dramatische sceniek.
Het moment waarop Moos gesnapt wordt door den baas, dat hij van de klanten geld in z'n zak gestoken heeft, is van innig-dramatische werking en de houding van Moos zeer goed van doorgevoerde psychologie. Ook geeft Goudsmit blijk van groote gevoeligheid voor atmosferisch schoon. Menige regel is raak, maar toch óók, hoeveel woordflodderig impressionisme, zonder innerlijke hechtheid en zuiverheid van sentiment. Goudsmit heeft veel teederheid in de ziel, maar laat hij vooral niet te veel ons be-teederen door in-zich opneming van wat teederheids-woorden. Borel is en blijft reeds voor ieder beginneling een gruwbaar voorbeeld van valsch en vervalscht teederheids-vertoon. Er duffen Borel-geurtjes in Goudsmits stijl! — Laat Goudsmit liever voor droog, nuchter en hard worden uitgemaakt, dan dat hij in gulle lyriek, in visie en sentiment, in zwendelzwier van woordpraal zich te buiten gaat aan exclamatorisch fraais!
Vooreerst kan hij geen vereeniging geven van de drie groote stijlmachten: lyriek, psychologie, dramatische epiek. Juist wijl zoo iets alleen den allergrootste gegeven is, moet het voor den heer Goudsmit