198
Ujke elementaire gebreken in de techniek niet dadelijk ontdekt worden door den schrijver zelf. Terwijl Coenen schreef, zag hij zoo, onder de aanstaring van Lena, den burgerman. Want de karakteristiek van dezen man door Lena komt precies overeen met die van den auteur, op andere plaatsen van hem gegeven waar Lena o. m. heelemaal niet aanwezig is en de typeering dadelijk van zijn visie uitgaat. In plaats nu Lena te laten denken, denkt hij voor Lena en geeft G. ons zijn ironische misprijzende aanduiding van 's mans wezen. Waarom nu Lena's gedachten niet losgemaakt van zijn zucht tot typeeren? Dan had hij toch zóó dien burgerman kunnen uitbeelden en Lena's innerlijk was zuiver gebleven. Nu ver-valscht hij de psychologie van haar eigen burger-v-rouws-leven en burgervrouws-nafuur.
Wat is: (op pag, 52.) ״Telkens werd haar innig gezegd verhaal, de vele woorden, die zij sprak met snelmompelende en zwemmerigstarende oogen, afgebroken door een blikkig-rinkelend winkelbelletje, als zij den eenen winkel na den andere binnentraden."
Ik moet eerlijk verklaren nooit een zoo onzuivere verwarring van gevoels-elementen en uitdrukkingsmiddelen ontmoet te hebben.
Wat zijn snelmompelende oogen !P Maar vooral wat zijn ״zwemmerig starende oogen?" Iets zwemmerigs is iets vaag-vervloeiends, iets in vage beweging, in alles het tegendeel van staren, dat vaste peinzing aanduidt. Als bedoeld is, iets waterig-weeks in 't oog, iets wijds en ruims, dan is het woord zwemmerig toch zéér onzuiver. Maar dan zoek ik nog steeds naar de gevoelsverbinding van ״zwem-merig-starend." Hier kon geen taal-impressionisme ondergrond van de uitdrukking zijn, wijl iedere impressionistische term toch een gevoelswezenlijkheid