FRANS GOENEN. — BURGERMENSGHEN. SAMUEL GOUDSMIT. — DIEVENSCHOOL.
I.
lein werk van den heer Coenen. Drie schetsen. Eerste schets: de dag-geschiedenis van man, vrouw en kind, buiten wonend; de tweede: avonturen van een burgergezin dat een uitstapje doet naar strand; de derde, ״geschiedenis van een ongelukkige liefde."
Klein werk, maar in ieder der schetsen leeft Coenen met al zijn stijl-eigenaardigheden, zijn woordkunstigheid, zijn bijna zuur-ironischen levenskijk. Weinig handeling, vooral weinig ״boeiends," maar wel zuiver-van-weergeving, en dikwijls zuiver-van-typeering. Juist door den eenvoud der motieven, moet men de bekoring, 't stijl-innerlijk zoeken in de wijze waarop de kunstenaar Coenen ziet en zegt, en de manier waarop hij zijn menschen plaatst in atmosfeer en milieu. Coenen nu voelt veel voor atmosferisch schoon, voor werkingen van licht en kleuren op dingen en menschen. Zijn visie omschijnt dus de nucht're ta-freelen-reeksjes, buiten, binnen, ónder zonlicht, in Studiën. !93 13