192
zelfs daar waar hy in scheppingsmacht geheel tekort schiet.
Als psycholoog —, o diep, raadselachtig diep intuïtief werkend en fijn naspeurend psycholoog, is hij ver de mindere van Dostoiewsky. Want zooals deze dichter en ziener de geheimzinnigste en angstigste rilling van de misdadigers-ziel na-voelde is zij nooit gevoeld door geen enkel Russisch kunstenaar. Deze is ingedrongen in den heetsten en wildsten drang van de misdadigers-hartstocht met al zijn lugubere huiveringen en verwoestende afwijkingen en giftig-brandendeonmensche-lijke ziels-ziedingen. Toch staat hij bóven Dostoiewsky als episch dramaturg. Heeft zijn stijl geen magistrale beweging, en is er geen rhythmiek die zoo hoog golft dat zij de wendingen van ieder woord, de trilling van iederen zin, den klank van iedere pagina meedraagt naar die allerhoogste schoonheids-ontroering, welke wij allen bij een Shakespeare ondergaan, de menschelijk-artistieke diepte van zijn werk leert ons hem innig liefhebben.
Wil men nu Tolstoi, uit brieven, bescheiden, door boekbladen, documenten, stukken, en allerlei intieme mededeelingen van hem zelf en andere leeren kennen, men leze bovenvermeld boek van Biroekoff, dat veel geeft van wat men van dergelijke werken verwachten kan.