178
stellen. Van Eeden die zoo gaarne poseert voor wijze, met zijn bouddhisme en spiritisme, zijn mystiek en wetenschappelijkheid — menbestudeere eens ontledend zijn z.g. ״Grondslag van Verstandhouding" en men zie hoe komiek de spinozistische allure soms volgehouden wordt, — had uit eigen innerlijke overwegingen moeten begrijpen, dat hij nooit meer in den toon kon zingen van zijn jeugdjaren. - En nu juist verhaaltrant en zeggingswijze zoo bedroefd veel lijken op het eerste, blijkt de imitatie ergerlijker. — Ik kan hier niet in onderdeelen op de symbolische elementen in tweede en derde deel van ״De kleine Johannes" wijzen, maar alleen vaststellen, dat zoo fraai als de symboliek in het eerste deel saamvatte een reeks prachtig-verbeelde levensverschijnselen, zoo mislukt, gewrongen en vulgair is ze in zijn latere deelen. Voor ons alleen is het duidelijk, dat deze twee deelen niet onder een spontanen scheppingsdrang van den kunstenaar geschreven zijn, maar veel meer onder de aandrift van reformatorische didactiek.
Van Eeden die zelf met emphase zijn geruchtmakende critische artikelen geschreven heeft en zoo goed inzag, waarom velen in de literatuur, vroeger van beteekenis, nu moeten zwijgen, had zelf niet meer mogen spreken als een kleine Johannes. Verschrikkelijk en triest is vooral de creatie der Marcus Vis-figuur, een vertegenwoordiger van het allerhoogst in den Wijze.
Deze figuur is vooral met een zonderlinge grootheidswaan geteekend en met hartstochtelijke, rhetorische emphase uitgewerkt. En toch hoe onnoozel, hoe belachelijk is deze Marcus-Vis-Van Eeden en zijn wijsheden-op papier, zijn moraal-op-papier, zijn adel-van-ziel-op־papier 1 Ik sta letterlijk verstomd over zulk een schijn-verhevenheid. Wat is er toch in Van Eeden gebeurd, eer hij er toe overging zoo'n wezen