177
dan Couperus is Frederik van Eeden. Het sterkst blijkt dat verschil juist in ״De kleine Johannes," waarvan dit jaar het derde deel verschenen is. — Ook Van Eeden schrijft sprookjes, zoo goed als Couperus. Maar welke enorme karakter-verschillen. Couperus fladdert gelijk een vlinder door het woelige leven. Van Eeden heeft iets hermytisch, iets van een écht filosoof, die het doode woord tot een levende daad wil maken. — Naast den ernst, de diepe bezonkenheid van Van Eeden's experimenteele en bespiegelende natuur, wordt het kleurig-fladderige, oppervlakkig hoog-vliegerige van Couperus soms uitspannings-lectuur. — En toch zijn het tweede en derde deel van ״De kleine Johannes" mislukte kunstwerken. — Enkele Duitsche critici hebben dit boek zeer dwaas opgehemeld. Er waren er die het complete werk onder de beste producten der wereldliteratuur wilden zien opgenomen. Het zou wat! Men is geneigd met een bezorgd gebaar naar het edele hoofd dezer critici te wijzen.
Van Eeden is onloochenbaar een schrijver van veel beteekenis. Hij heeft al veel mooie dingen gewrocht en onze literatuur een innig deel van zijn schoonst-innerlijk leven geschonken. Maar zijn tweede en derde bundel van ״De kleine Johannes" blijf ik heel stellig boerenbedrog noemen, een droef staal van gemystificeerde wijsheids-doenerij.
Op ״De Kleine Johannes," eerste deel, w&s geen vervolg te schrijven. Het eerste deel had hier en daar de teedre schoonheid van vlinderwiekjes. In dat deel heeft Van Eeden zich in volle onbewuste schoonheid gegeven; dat onbewuste geeft juist zoo'n poëtische bekoring aan het werkje. In het tweede en derde deel heeft Van Eeden zich zelf geïmiteerd. De levensstrijd heeft den natuurtoon, aangeslagen in het eerste deel, in hem gebroken. Die was nooit meer te herStudien. 12