176
vliegen met knuppels dood, wat altijd 'n zot geweld veroorzaakt. Het peinzen over groote levensraadselen in Van Eeden is nu 'n spel met symbolen geworden.
Van Eeden beeft ons nog nooit een groote mensch-schepping vermogen te geven. Zou hij met z'n lyrisch-broze natuur voor onze oogen het groote leven kunnen versymboliseeren, zooals in Faust en Divina Commedia? In het eerste deel van De kleine Johannes leefde veel schoons voor zooverre het persoonlijk lyrisme was. En ook hier en daar in 't fantasmago-risch element. Maar voor 't vatten van groote symbolen is Van Eeden's innerlijk te wankel, z'n epische perceptie en levensblik te klein en ook de gansche geestelijke dracht van z'n wezen te onzeker. Ik heb nooit meegedaan aan de steenwerpingen naar Van Eeden, zelfs niet naar den Fluizer in hem. Integendeel. Voor mij blijft hij altijd ondanks z'n mislukkingen, 'n zeer bijzonder en een der merkwaardigste figuren der Tachtigers. Hij heeft mooie, zeer-innige en diep-aandoenlijke dingen geschreven en ook wel woorden van wijsheid gesproken. Maar nooit is 't hem gelukt, 'n werkelijk groot en harmonisch kunstwerk te scheppen. Daarvoor is z'n objektiviteit als scheppend kunstenaar veel te gering. Als hij er eens toe kan komen in z'n vers-drama's of op welke wijze ook, 'n groep werkelijke menschkarakters te scheppen, objectief, buiten zijn lyrisch-ethische natuur om, eerst dan zou hij tot de enkele grooten gaan behooren, die de hartstochten der menschen met 'n immens perspectief doorzien. In dit boek heeft Van Eeden te vaak 'n narrekap opgezet, om 'n wijze te schijnen.
Een gansch andere menschelijke en artistieke natuur