170
Faguet, 'n lucifersvlam, Balzac 'n vulkaanbrand. Faguet, 'n ticket-loket, Balzac, als vertaler, 'n toover-lantaarn vol grilligen lichtgloed. En toch oordeelt zoo brutaal 't duffe loket over de lichtende wonderlamp. ״Tout le monde tombe d'accord que Balzac écrivait mal." Met uw verlof, hooggeleerde kritikus, hier kraakt uw kurkerige droogheid té hard. Wat zegt b. v. Zola, geen mindere, althans niet in die mate als gij, van Balzac, ״Les Gontes drolatiques sont des chefs-d-ceuvre de forme, des bjjoux ciselés par un grand artiste," — En: ״II était surtout un grammairien hors ligne." — Natuurlijk heeft ook Zola wel aanmerkingen op zekere gedeelten, waar Balzac mooi-doenerig wilde schrijven. Maar hoeveel milder is 't oordeel van 'n groot kunstenaar over 'n gelijke, als dat van den mindere over den meerdere!
II.
Ook in ons land wordt vaak met schetterend kabaal en moedwil gescholden en geoordeeld door minderen over meerderen. Uit den aard zijn er meer loketten dan tooverlantaarns, meer adres- dan poëzieboeken... de verzenbundels buitengesloten. Er bestaat geen literaire figuur in ons land, waar met zooveel hartstocht en hitte in de stem is op afgegeven als op Frederik van Eeden. Geen figuur, die ook zooveel verbittering en ergernis heeft gewekt, onder de kunstbroeders zelfs, die heel intiem met hem omgingen. De laatste groote twist — toch zeer klein van geestelijke beteekenis — is ontstaan door Van Eedens geschrijf over woordkunst, maar lang daarvóór reeds werd Van Eeden bestookt, vernield, omver-geschopt, getrapt en nog eens fijntjes gekielhaald. Wonderlijk! De man bleef na alle doodsverklaringen