164
toeroepen, ik ben een Nervische prins, en ik laat mijn hersenkronkels niet natellen door een Hollandsch journalist-auteur!
Ik zwijg nu maar verder over den stijl en de compositie van het boek. Als de heer Ganter een groote studie achter den rug had, vóór dat hij dit boek kon schrijven, dan spijt het mij van de intel-lectueele spanning zijner soms zoo kostelijke vermogens, dat hij de studie verspild heeft aan een roman, welke geen kunstwerk is geworden. Wij laten ons door geen schijn van geleerdheid bedriegen in een kunstwerk! Wellicht is de heer Canter een groot historie-vorscher, hü trede vóór als folklorist, sagesnapper en bronnen-bestudeerder, niet als romanschrijver , want dan eischen we kunst, groote kunst van hem. Nü is 't resultaat triest!
Amsterdam 1906.