161
mislukt ook de stijl. Daarmee verklaart men de organische eenheid van inhoud en vorm in kunst I Nu Harimona en Sogol geen menschen, geen lévende schepselen zijn geworden, moest ook de hoogere stijl, die het boek tot iets groots had kunnen maken, mislukken. Hier kan geen dichterlijke allure in de beschrijving redden wat door haar innerlijk al voos en onzuiver is. De fijne nabootsingen van den hoo-geren natuur stijl in eenvoud mogen een leek misleiden, een ontleder ziét en hóórt 1 Al wat Canter ons van gevechten en oerwoudenschoon beschrijft gaat ons aandoeningloos voorbij. Want hem ontbreekt volkomen het epische genie om groepen volkeren, om massa's voor ons te laten leven. Ik zou u de pagina's regel voor regel willen ontleden, waarop hij b. v. de verrichtingen van Harimona beschrijft te Begino als het volk toestroomt. Dat is vèr beneden den stijl en de visie van gewone geschiedkundige werken gebleven, waarin getracht is dergelijke dingen te beelden. Nu en dan geeft hij een adempje van dat leven, weet hij zich éven los te schakelen uit de saamgewaaide stof van zijn onderwerp, duikt zijn hoofd een moment boven den boekenstapel uit. Bovendien gaat over dit werk een Shakesperiaansche geest en stijl-navolging. Die Shakesperiaansche stijl-navolging komt vooral uit in de humoristisch bewerkte motieven, waar Canter bijvoorbeeld Koning Mise en Koning Goese laat optreden. Vooral bij Koning Mise met zijn dichter-narren. De satyre is daar volkomen Shakesperiaansche imitatie en zeer onoorspronkelijk van ironieken aard. In iederen regel voelt men hoezeer Canter onder den invloed staat van dien Britschen humor, met zijn verfijnd spel van woordspelingen, sofistische vernuftigheid en min of meer grollig-barokke boerterij. Met dit verschil dat Shakespeare zijn Studiën. 11