160
onmogelijk, maar de wijze waarop Canter in die hersens, gansch modern, de gedachten-wisselingen laat ontstaan, de ontleding der natuur-elementen toepast, de argumenten óm zijn stellingen doet groepeeren, — dit alles is het product van iemand die reeds bekend blijkt met de wetenschappelijke verklaring der verschijnselen, en nu en dan slechts den onwetende moet spelen voor 't bewaren der lokale kleur en atmosfeer. Dat nu is juist dé groote fout. Een fout ook geldend voor Harimona en bijfiguren. — De schrijver heeft in Sogol een groote vrijdenkers-figuur willen scheppen in den heidenschen tijd, in botsing komend met alle uitingen van bijgeloof en de troebele mystiek zijner omgeving. In plaats nu een ménsch te scheppen, opgegroeid uit die troebele mystiek tot een gezonder natuurbesef, schept hij een oer-raisonneur, in 't halflicht van Hamletachtig gepeins verdoken. De heer Canter heeft voor een groot deel modern gedachteleven, — uit de noten blijkt zelfs dat de schrijver ongeveer denkt als Sogol over de natuurverschijnselen, minus de schijn-naïveteit der oplossingen — in het brein van den heiden uitgestort, heeft zijn vernuft geleend aan dien opstandige. Maar Sogol moet mensch zijn, heidensch mènsch. En telkens nu valt hij uit zijn rol. Zijn ideeën-helderheid mag hij behouden, kan voor 'n deel persoonlijk zijn, maar de fijne schakeeringen van zijn psychologisch gevoel mag niet Cantersch wezen, en niet modern-Europeesch. Daardoor is Sogol nergens ménsch! Harimona is evenmin vrouw noch symbool, slechts vluchtig uitgewerkte synthese van de Oermaansche metaphysica. Uit de volkomen mislukte karakter-teekening is mede de dikwijls zeer slappe en onpersoonlijke stijl te verklaren. Waar karakters geschapen worden, is óók de stijl van zelve groot. Maar waar zjj mislukken,