151
tende, vulgaire gruwel-kamer-onzin, het angst-aanjagende en plechtige, muiterij van volksverbeelding, kermis-suggestie van in kraampjes-schimming verdoken somnambulen die vreeselijke voorspellingen doen, planeetlezer^ van Amsterdamsche kaartlegster, k la Tuinstraat 3 hoog-achter, groezelige extase van betaalde in-trance-valsters, die ijlen en krampig spieren vertrekken, terwijl, zeer nuchter, bakje opgewarmde troost nog zalig naborrelt in de maag.
II.
Een dergelijk kunstwerk moet óf heelemaal gelukken, wil het niet onmiddellijk mislukken I De colorist er in moet gróót zijn, de dramaturg er in enorm, de scheppende verbeelder niet minder, en de psycholoog van verregaande intuïtie. — In den modernen roman, waarin de schrijver een brok van ons dagelijksch leven uitbeeldt, kan men wél spreken van een min of meer gelukt kunstwerk, wijl zonder inmenging van historische studie en voorbereide fantasie, een realiteit geraakt wordt met de zintuigen, den geest, de ziel, die hoe persoonlijk ook weergegeven, de projectie blijft van algemeen waarneembare werkelijkheid. In den modernen roman blijven we in een gevoelssfeer die controleerbaar is voor ieder fljn-voelend mensch, ook al blijkt hij geen scheppend kunstenaar. Maar in een roman, die ontstaat uit buitengewone voorstudie en vergelijking van bronnen, zQn by den opbouw van het werk dadelijk een groep andere krachten werkzaam, welke onmiddellijk in de conceptie, de groepeering der tafreelen, in de psychologie en in de tragiek zich openbaren. Hier zijn nl. feiten ter bewerking gekozen, op verschillende wijze reeds voorgesteld, min of meer gedragen door verbeelding en dra