119
van een frissche fleurigheid. En schoon in geest, aandoening, en temperament zéér verschillend van Heij-ermans, toch óók doormengd met de grond-elementen der semitische satyre. Nu komt Ganter plots met Germania, een twee-deeligen historischen roman, schetsend ons het leven der Germanen ongeveer 200 v" Ghr.
In den roman natuurlijk hoofdfiguren, o. a. Sogol en Harimona. Daaromheen figuratief opgesteld, familie-groepjes als Sigbart, de Bataaf met zijn zonen, enz.
Het onderwerp leende zich tot een grandioze schildering van heidensch zedeleven. Alle elementen zijn aanwezig: gevechten, oer-wouden, oer-menschen, sage, legende, bijgeloof, opstand, slavernij, adeldom en huurlingen-bestaan, schoone maagden, griezelige melodra-matiek, avonturierschap... en daaroverheen, als 'n magistrale macht heerschend, de oer-natuur, de geweldige dagen en nachten onder de woeste en barbaarsche Oermanenstammen vóór Christus. Voor den kunstenaar met groot-scheppende verbeelding, met fantastische zieningen,... om van te watertanden! Voor den scheppenden psycholoog, met buitengewoon gescherpt indringingsvermogen, één heerlijkheid om zulk een tydleven in zich op te kunnen nemen. Maar o! zoo gevaarlijk, gevaarlijk voor den kunstenaar die d&n niet alles bereikt! Want hij die met zulke middelen en zulke stof niet &lles bereikt, bereikt niets! Als aan de beschrijving der woeste krijgstafreelen een epische bouw ontbreekt, men de lévende beweging der massa er niet in voelt, plastisch en coloristisch, dan wordt het klungèlig verhaaltjes-gepraat, en hand-boeken-romantiek. Als de schildering van de oer-wouden en het groote Germaansche landschap niet vól van de geheimzinnige geruchten en klanken, kleuren en tinten is der nog ongecultiveerde natuur, en niet