135
teekend met een geheimzinnig psychologische macht en een ljjnsuggestie, die phenomenaal moet heeten en waar niet éen modern schilder meer by kan. De heele kop is een wonder van lijnkracht en in lijn ontleed psychisch uitdrukkingsvermogen. Men hoort den beeldhouwersslag achter de trekken van deze vrome, strakke, wreed-machtige tronie, zoo vast, zoo prachtig gemodelleerd is ieder detail van dezen ontzaglijken kop. En ook het genie Van Eyck heeft detail-studie gemaakt, en d&t heeft vooral Spoor nagevoeld. Juist bij de oude grooten kon hij vroomheid en liefde-aandacht, ook voor ieder onderdeel van het werk leeren, en dat ze tóch bereikten een grootschheid van levens-uitbeelding, bewijst juist een Van Eyck, bij wien de techniek zoo ontzaglijk zuiver en machtig is, dat men leven en techniek met elkaar verwart. Zijn techniek is leven, zijn leven is techniek. Er is een onbreekbare coherentie tusschen zijn kunnen en zijn voelen. Wat hij voelde kon hij ook doen. Wat hij kón voelde hij diep. Dat meesterschap van een middeleeuwer nu is voor ieder psycholoog-teekenaar en schilder hét ideaal. En als Spoor er nu al iets van bereikt heeft, mag hij al zeer verheugd zijn.
In Spoor is nu een streven de anatomie van de gelaatsdetails te bestudeeren en alle anatomische spiergroeiingen en lijncomplexen in de uitbeeldings-wijze zelve te ontleden.
Zoo'n oogl Wat zegt 't je niet al! Ik kan héél, heel lang in oogen zitten staren, en telkens weer word ik anders ontroerd door de schoonheid er van; door de kleur, de lichtspelingen, de halftinten, het ijle cirkelen van den pupil, het opvangen van aandoeningen uit die kleine, naar alle kanten lévende en draaiende ooglichtbronnetjes, waardoor ons de gansche wereld nadert met al zijn fantoom- en zijn