124
Even ziet hij 't leven als een groot tragicus, maar niet langer dan den duur van een schot. De vlam-vonk schroeit z'n oogen dicht op het moment, dat hij iets van 't eeuwige had kunnen zien. Er is een hooge wijsheid, waar Couperus met al zijn luidruchtige virtuositeit nooit bijkomt, die zelfs steeds sterker van hem wijkt, naarmate zijn schijn-magistrale visieën zich verdubbelen.
Men kan het complex van zijn stijl, van zijn levensgevoel en van zijn navrante pathologische gewaarwordingen soms in een zoo dreigend verbond zien met wilde erotiek, dat groote woorden over veronderstelde afwijkingen in psychisch en fysisch organisme gauw gebruikt worden. En dat is 't onbillijke, want diezelfde Couperus heeft in zijn werk zeer eenvoudsvolle fijnheden en heerlijke natuurlijkheid.
IV.
O! Ik moet 't zeggen, bij wijlen is zijn werk, zijn persoon mij zoo lief, voel ik hem zoo innig, zoo groot, om zijn teedre aristocratie van den geest, om zijn echten rijkdom van bloeiende woorden. Neen, lang niet altijd is hij de suikerzoete wijsgeer, de engeltjes-verwekkende teederling, de was-weeke schijn-mondaine Hamlet-fat en salon-mijmeraar. Niet altijd is hij de asceet met 't brandende champagneglas in de hand. Ook leven er in zijn werken brokken van subliem gevoel, waarin hij geheel op zichzelf staat. Dan is er een teederheid, een toon, een diepte, als in de schoonste alt, zingend geboren in zijn woord. — Dan is een wondre beweging in zijn stijl, en een rhythmische rust, die groote ontroering geeft. Ge kunt walgen van een boek als ״Metamorfose," dat met zijn