86
Mihi est propositum, In taberna mori; Vinum sit apposituim Morientis ori!
Tillema hoonde:
— Hoor, de achterkleinkinderen en zuigelingen van
Kneppelhout brullen!...... Zie je, Vernieler Van
Haaf ten,... jouw zoogenaamde jongeren gaan ook al naar de veertig toe... naar kalen kop of grijze haren...
Jeugd is begoochelende fictie!...... Een bloedroode
klap van het lot... en je ligt op apegapen!... Dat is het electrische genre!...
Van Haaften, oproerig, verbitterd, trok den snuit van een roofsprinMiaan, wien prooi ontsnapt is. Schraal drong hij in zijn tengere lengte naar voren. Zijn fletse oogen lichtten melkerig; de Weltvernichtungsidee. Zijn stem trilde van woede:
— Jouw non-combattant gerochel raakt me de kouwe kleeren! Ik veracht al jouw opgeblazen organo-me-
chanismen!...... Ik zoek de ziel van het volk langs
schemerachtige wegen, waarop onze aristocraat-met-proleten-biceps, Tillema Lubbers, zich nooit alléén waagt!...
Weer daverde het rondom:
— Ho-ho, leve het ideoplasme van Van Haaften!
— En de failliete boedel van Marinetti en Co....
— Pikant!
— Lang leve Aldo Comini!
— Hij nadert de sterren...
— Jij Perogrullo,... schreeuwde Van Haaften,... klapwiekt en fladdert als een onnoozele kip over een hei-wegje... Je sluit een verzekerings-polis op je martelaarschap...
Alice van Duinaarde in haar onkwezeligste bui, genoot van het striemend woordgevecht. Zij begeerde deze gevoelsspanningen hevig nu en zij lonkte naar