84
tegenover de bloeiende, vurige jeugd. Maar alles, om bemantelde, zieke eerzucht en eigen faam te bevredigen. Inwendig vermolmd, verkrompen van folterenden waan, begeerde hij bloed en merg van jongeren om eigen uitzwakking te verbergen. Zijn vampyrische leefdrift vervloekte, bevuilde en overdonderde het onmodern-moderne en het modernonmoderne... onder een pathologischen overspanningsangst, wijl hij zichzelf al voelde verkwijnen en verrotten op het ondermaansche. Maar Tillema doorgrondde zijn verpestend, foetaal en bijtend verderf, zijn morrend verwarring-stichten, zijn troebele ophitserij en aasgierig Mephistophelisme. De oud-Gymnasdast en vormvernieuwer kwam in het gevlei van Katholieke kunstenaars, echte geestelijke skispringers en edele mystici, maar ook lijmde hij hondsche materialisten, fanatieke communisten en luidruchtige fascisten saam op één slemppartij. Om de vampiers in zijn binnenste: Haat, Wrok, Nijd, te kunnen voeden met versch bloed.
Tillema en Uriël rilden van zijn duiveltje-spelen en zijn zelfbezoedeling. Zij walgden van Van Haaften's opzettelijk origineel willen zijn; van het baldadig vertoon. Ook nu weer beet Tillema hem, onder rumoerige wirwar van meeningen en tegen-meeningen, wond met sarcasme:
— Jij speelt maskerade-revolutie, Van Haaften, met
schunnige middeltjes en soms sluw overwogen......
Jij aast op lijken,... je dartele obsessie!... Jij speelt Maldoror-op-zolder en Dionysos-dn-den-kelder... De valbijl klieft het éérst jouw eigen nek!... Al het gedaas over jongeren en ouderen, modern en onmodern, is bij jou geestelijke verkalking...
Eenigen riepen dooreen:
— Dorre lammeling!
— Haafie, koop Veenhuizen voor ons!