83
overwonnen en de straat-prostituée's van het zwervend gevoel,... emotie, tomantiek, lyrisme, epiek... Alles vunze lokkerij, naar publiekelijke en natuurlijke vormenspraak.
Soms kweelde zijn liefelijk keeltje ook weieens:
— A bas les Juifs!... Conspuez les Juifs!...
Maar als er een knokploeg voorbij-marcheerde, hikte zijn Hitleriaansche stem en brak. Hij kon eigenlijk niet één ״Yankee" luchten. Toch vreesde hij Tillema's ironisch gezicht; kreet hij tegen Hitier, om zijn objectiviteit te bewijzen.
Zoo knetterden zijn vuurpijlen het avondruim in.
Van Haaften was heel schraal, lang en grauw van vel. Zijn oogen schenen met melkgrijs vocht ingespoten. Alles stak beenig en spichtig uit zijn dor lichaam, vaal als zijn beschimmelde geest. Hij minachtte de vrouw, van instinct „de hoere Babylons".
Tillema duldde den sluwen indringer Van Haaften nauwelijks. Wijl Van Haaften, opkooper van nieuwste meeningen, aan de beste ׳krachten symbiotisch en smeulend vastgezogen zat, wist Tillema hem ook uit dit gezelschap niet te weren. De kerel overrompelde alle jeugdige geestdriftelingen met bru taai-af stootelijk flair en verblindend negativisme; met een superiori-teits-air, een kwellend sadisme en quasi-daemonisme. Tillema begreep maar niet, waarom zooveel spits-scherpzinnige, koele koppen, pezige, harde werkers, zinsfijne tasters en begrijpers, zich zóó door dien heimweeloozen tusschenwringer, met zijn hautaine walg van al het maatschappelijke, lieten begoochelen. Deze grafschenner en renaissancistische gifmenger, verstikte ze ten halve onder de razernij zijner sjacherende vriendschapsdiensten. Hij speelde met gluiperige, doch weggewerkte accenten van wantrouwen, de genereuse bewonderaar, de geestelijke supporter, de innigst-belangstellende en meelevende