82
precies veertig, wijl hij zich slechts kieskeurig met groene vijgen voedde.
Van Haaften gromde, brulde, brouwde verbijsterend-veel angstwekkend-vreemde woorden en spreuken saam; verklaarde nochtans den oorlog aan iederen gevoelsmetaphoor. Zoo wilden het Unamuno en hij! Op het onverwachtst schudde hij het sistrum van zijn terminologie; vielen luisteraars flauw en verdronken zich anderen. Voor Van Haaften, de koelzinnige martel-indiaan, was d'oudere literatuur en kunst van heden in haar geheel, balkende lapswanserij, afgeleefde cuïtuuir! Zelfs Dante's terzinen irriteerden hem; klonken voor zijn modern oor als gebarsten brons. Weg ermee, onder de valbijl. Dood aan illusionisme en afbeeldsels. Niets ontzien... as you like it! Alles oude rommel, physio-plastiek, post- en neo-impressionisme!... Geen fit, geen tempo... opruimen! Vooral ,,les femmes savantes!...
Van Haaften's initiatie tot het nieuwe leven, in wezen diep anti-artistiek.
Mademoiselle Alice van Duinaarde, in Sociale Geographie, ontstelde. Zij eischte hulp óp voor de studeerende vrouw, eenige jaren her in zijn feestrede, door professor Burger haar gebracht...
Alice van Duinaarde's bril ziedde en flikkerde uitdagend.
Van Haaften's woord motorde ronkend voort......
attachez le grelot!... Opruimen, nek-omdraaien... je
eigen vader, je eigen moeder, bliksemt niet......
opruimen! Sectie, altijd sectie. Ontzag? Goed voor gure deurwaarders-klerkjes of voor Stadhuisboden. Wég ermee! Ruiken niet naar geweer-riemen. Stoot ze onder den electrischen lichtboog van Humphry Davy. En alsjeblieft géén zinnelooze menschenliefde; heelemaal geen liefde... nóg beter! En geen trilge-kweel van nachtegalen. Alle wanstaltige tragiek moest