80
Afgrijselijk geleerd. Brandend geleerd. Oudemanhuis-poortachtig-bestoft-geleerd. Frenetiek college-loopster. Uil Minerva zelve, geleek Mademoiselle Alice. Haar bril flikkerde wijsheid en wetenschappen giftig af. Zij kende grondiger sociographie van Rusland dan alle Russomanen hier aanwezig. Steinmetz was haar debat-begunstiger, dr. Van Bemmelen's rechterhand in Physische Geographie... Zonder haar kon Prof. Kleiweg de Zwaan niet ademen en met Brugmans liep zij, dialectisch gezeid, gearmd. Buiten studie scheen Alice van Duinaarde alles belachelijk en slap. Zij zou in staat zijn, Newton's afgedankte emissie-theorie weer in genade aan te nemen, om Goethe te hinderen...
Ook zij doopte ״'t ding" en adviseerde scherp over denkinhoud. Alsjeblieft geen ״Liber Amicorum".
Haar bril lichtte en vonkte naar allen kant. Een brandpunt van helderheid, gelijk haar betoog een litanie. Gericht vooral tégen hoofsch-glimlachenden Hoeyendos en een Bestuurslid van ,,Unitas Studiosorum Amstelodamensium".
Het messcherpe profiel van den blonden reus Bruinsma scheen haar te willen aansnijden, zoo dicht drong hij zich naast Alice. Twee elementen streden in Alice's moderne vrouwelijkheid: Gartenlaube-achtige, weezoete zachtzinnigheid en stierlap-roode vechtdrift, genadelooze, wreede afkammerij. Een groep menschen, — pas geïnaugureerde leden van Vereenigingen, — kende haar als de sentimenteel-beminlijke, dol op souper'tjes en weeë strijkjes; een andere groep, — sociale propaganda- en cursorische voordrachten-commissies, — als de pétroleuse, die Henriette Roland Hoist's gevallen revolutie-vaandel van de straatsteenen had opgeraapt.
Uriël overschouwde het luidruchtige kringetje met zijn waanzinvlagen van overmoed, hoon, spot en ernst, ironisch. Allemaal roovers met en zonder de