79
expressionisme en het radiumstralend Mondrianisme? Hoe kon hij een caricatuur saamklitsen van Marinetti, Boccioni en Severini?
Er klonik lijmerig en deinend begin-gezang: van Neêrland's vlag die wa-apper-de la-angs den vloé-oéd... den vloed van Heye...
De genoodigden wisten allemaal, dat gastheer Uriël, studentenliederen, onder drankverhitting uitgebruld, een kwelling vond. Om hem te hinderen zette een saamwaggelend expansie-troepje ,,Hittepetit" in, dat dadelijk ziedend oversist werd. Toen, voluit, zongen zwalkende stemmen:
Groen benne we, als groentesoep zoo groen, Maar groener nog dan groentesoep...
Onverhoeds brak er ׳een vroolijke stem luid doorheen:
— A, a, a, Valete Studia... Valete Studia!...
Tillema donderde inéén stentorisch er tegenin:
— Wat 'n gekalfskopte, misselijke pesterij van jullie, Almanak-maniakken!... Brul dat geleuterkous in jullie Kroegjoolhol of in een Bar... niet hier, in het huis van meneer Rozenheim!...
Het zwaaiende troepje Alma Mater-zonen verstomde. Wanneer Tillema Lubbers werkelijk boos werd om zuur gedonder, kropen niet alléén lafbekken in een hoek. Zij herdachten liever den Dies Natalis van hun eigen weekblaadje...
— Keurig, keurig,... weergaasch af!
Mademoiselle Alice van Duinaarde, in Sociale
Geographie-met-een-knierok, had het woord.
Mademoiiselle sprak met een mannenbas. Zij wist alles! Zelfs de bonik van Aristarogus en zijn werke-looze zusters. De middenscheiding in heur haar leek een venijnige krijtstreep. Mademoiselle's Ameri-kaansche bril was van dubbeldik-gevlamd hoorn. Zij voelde zich getapt wetgeefster in ieder gezelschap.