69
wonden en vermetele jongensachtigheid van zijn meisje.
Uriël glimlachte over den alles-verwringenden praattrant, de woord-zwiepsels en onkuische ostentatie van Minnie, die vrouwelijke studenten-clubs verafschuwde onder gillerige lachkrampen. Zij was vol-op studiose en collega van de mannen; mannelijk mét mannen...
Uriël dacht aan Rebecca Hereira's droomstarend zwijgen; aan haar kiesche, schuwe, onbewuste voornaamheid en aan het smartelijk-verborgeme van haar heele leventje...
Tillema Lubbers plakte zijn haren al platter en bekeek het universitaire en convulsieve spraak-wonder sarcastisch en doodvoorzichtig, uit vrees, dat zij het te bemerken kwam! Zeker, Tillema zou meedoen aan het nieuwe studenten-tijdschrift, met Uriël. Maar hij ontstelde nu al van die draaikolk, die flappe!rvlag met haar verwilderde intelligentie en opjagende nervositeit, die onverwachts onnoozele reflex-trekken van een zuigeling op het puisterig gezichtje groefde.
Minnie kreet al ongeduldiger en geëxalteerder:
— Hoe ׳doopen jullie 't ding nou, lui?...... Het
Mysteriespel van Uriël Rozenheim... de vermomde Da Costa?...
Er tegenin warrelde:
— De Antichrist!
— De Ijzerbijter!
— De Banjer... de Banjer!... schreeuwde Branders. Zijn breede mond scheurde wijdopen. Leelijke, groene tanden grijnsden. Branders' gezicht werd een vlam.
Tillema wendde zijn athleten-gestalte van het raam. Schamper klonk zijn diep-zachte stem:
— De Wesp...