67
Een bleu theoloog je streelde zij, met quasi-aanmin-ndge mimiek, onder de kin... Hij bloosde. Zij gierde en hoonde:
— Insania, vadertje! Neem je in acht voor het vleeschelijk schoon!
Toen, naar alle richtingen zwenkte haar keelhooge stem: of Uriërs zus Caro ook nog in de apakooi kwam? Hoeveel standjes zij al opgelöopen had van Prof. Kakebeen?... Moest haar geen bliksem kunnen bommen! Kabaal, alleen kabaal er tegen! Voor niets inkrimpen!... Of Tillema geen mooien rashond bezat? Hoeveel er gingen ankeren op Uriël's kast, vandaag? Och, zij zou haar vervelenden toeter maar houden... Dat zij van het laatste college van Prof. Snapper geen bal had gesnopen. Symptomen-combinatie?... Nou, goeje... haar een biet!... Zij was snip-verkouden geworden op 't Lab... Met welk driedubbeldoorgehaald-gloeiend-gesjeesd mispuntzonder-wenkbrauwen, Uriël gisteravond bij Kras had gedanst en aan den sjouw was gegaan?... Een lollige bak gewoon!... Of hij wel ooit eens orkanig en zwalpend verhefd was geweest?... Op wie? Op een
Jordaansche, dacht zij wel...... Kon je mendacia
unguium van krijgen...... Of Tillema zijn haar nóg
platter kon plakken dan plat?... Of een niét-facul-teits-vereeniging...
Zij sprong weer wild den grooten grijzen crapaud in, haar sluierjurk in ongegeneerden kreukenval oplichtend. Plots onderbrak zij ziohzelve opgewonden, toen zij vaag een naam hoorde noemen.
— Nee,... dié Prof niet,... een lammeling, een fluim gewoon, een praatsmaker!... Draait met alle winden mee!... Hoor maar... Elk bégrip hééft... een ideëelen... én een cóncréten zin... Jakkig!... Flausies gewoon!... Eén tennis-middag en je bent den boel weer kwijt...... Gedecideerd de knapste is Ariëns