425
begon in ׳haar te furiën; het streng-gesloten mondje te schuimen. Zij wilde weer met stoelen en flesschen gooien, als in rumoerige nachtcafé's naar den bar-houder. Haar woededrift scheen zij niet te kunnen beteugelen. Zij raasde telkens op de ontvoerders.
Onverhoeds volgde een nukkig-navrante zwenking in haar stemming. Het vloeken en schimpen kantelde. Met haar lokkendste liefdelachje, de helle tinteloogen wijd-open, hoonde zij, dat die kerels niet eens goed konden kieken... O,... wist Rebecca het? Zij kiekte zelf prachtig! Alles wat zij wou, kiekte ze. Lollig!... Kijk, daar op het kastje lag haar filmcamera'tje. Rebecca moest zich óók eens oefenen; zou verdomd leuk zijn. Gingen ze samen kieken... donker Amsterdam; konden zij geld verdienen en de winst geiliken. Ze leerde zelfs pistoolschieten, in een fluweel jacht-pakje...
Reintje loog; zij voelde, dat zij opsneed, zich idioot aanstelde tegenover Rebecca.
Zij loog boosaardig en zwetste fel, als zij er lust in had; om op te hitsen, te verwarren, te plagen...
Rebecca had zij nog nooit beduveld. Haar genegenheid had Reintje dikwijls behoed voor lage, misdadige opwellingen, voor vunze gemeenheid. Tegenover Rebecca was zij tot nog toe in al haar biechten, brandend-oprecht gebleven. Waarom hitste zij zich dan vandaag op tot leugen, tot wreed, plat, vuil liegen?...
Gauw overratelde zij haar eigen perverse woordjes en leefde zij weer hevig óp in haar woede tegen de klitse kinderroovers. Zij zou al die knullen wel kunnen ranselen, aan stukken laten trekken! Die arme Lindbergh... een prachtvent, een held!...
En plots, met spotstem, sloeg zij weer om:
— Nee... 't is me toch 'n ongelukkige slungel...
Geiliken: samen deelen. — Klitse: slechte.