422
walm fladderde van cabarets, nachtcafé's, bars.
Rebecca begreep van Reintje's plotselingen sprong naar het zwijmelend amusement, niets. Vol smeek-deernis één oogenblik, met Rebecca's hachelijk lot; het andere oogenblik onbeschaamd, voos, tartend, volslagen gevoelloos, verraderlijk lichtzinnig en alleen voor zichzelve levend.
Ook Rebecca onderging een zonderlinge ontroering, bij het luisteren naar de Tauberstem. Ook zij wist niet waar zij bleef en wat zij hoorde. Maar heel anders toch dan Reintje, beving haar dat zinggeluid. In Reintje werd het half-onbewust geïdealiseerde libido, de wild-schreiende, zinnelijke verteedering, nog eens zwoel en smachtend opgestookt door herinneringen aan een reeks korte, zalige genietingen zonder verademing. Haar genotsdrift en passie braken onder honderd geluk-voorspiegelende zelfbegoochelingen, in edele en onedele voornemens open. Muziek, stem en melodie groeven haar leeg; lieten Reintje sidderend en schreiend hunkeren naar iets onbestemds. Zij ver-mooide en verwiegelde alles van haar eigen wezentje en bekreunde zich om niet één sterveling meer. Zij ging teloor in een zwijmelroes, in een zalige verbijstering. Zij blies broos als schuim haar geluksdroomen op. Reintje zag zich tusschen badende minnaars picknicken aan strand...... Deauville...... Ostende......
Biarritz... Eindeloos-ver, tot de kim, zonnegloeiing. De zee vol brandende en bruisende zomerweelde, 's Avonds soupeeren met aanbidders, vleiers, gokkers en brassers, gezwollen van ״dik" poen. Zij vond het oververrukkelijk te droomen van vrijen omgang met schatrijke jongens, met wie zij kon zwemmen, roeien, autotoeren. Zij moesten Amerikaansch-rijk zijn en alles voor haar opofferen. Zij moesten gekleed zijn als de rijksten en fijnsten in de high-life-films. Het