416
om het lijfsbehoud van Israël. Puriem, Puriem bleef
voor Josua de dag van gouden, milde giften......
En Rebecca Lad heerlijk gekookt, het Puriem-maal, door gulle gevers verzorgd. Anonieme weldoeners hadden ook, bij kip en zalm, gebak gezonden: Hamansooren of kiesjeliesj....... omgekrulde en gekronkelde koekjes.
II
Het zou deze week een vaal-doodsch Puriem worden, want al de oude vreugde was afgestorven, gromde tante Truddie opnieuw. Josua zou ook nu, op dertien Adar, vasten; vastendag van Esther. Maar hij bleef somber, heelemaal lusteloos in zichzelf gekeerd, en geen woord luchtte Hereira over Puriem. De jongens trokken smalend weg. Alleen oom Salomon en tante Truddie zouden even opwippen; van oudsher plicht.
Sem Bullebak wrong zich tusschen het Puriem-gedoe met hoon en gaf met zijn hatelijke verwen-schingen den nekslag aan alle romantische en idyllische liefdeshoudingen van Esther en Ahasverus.
— Die betofte dame heb doch treife gevrete en de kalle heb zik doch asjeweine gemaak veur ,,Asje-weerlus"... nöjanönee... En... en ze heb nie eens durve zegge, dat ze 'n Jiddekind was... En ze heb doch mit 'n goy geslape,... tartte Sem Bullebak naar Josua, die in zijn rieten stoel navrant de duimen wreef. Dan kreunde Hereira van binnen, maar bedwong zich.
Igmaniz kwam niet meer. Verleden jaar hoorde Rebecca hem nog de verheven, geheimzinnige geleerd-
Goy: De heiden Xerxes is hier ook ״goy" gescholden, als karakteristiek van bekrompen haat.