411
Rebecca bloosde en staarde suf het bloemblank, tartend schater-gezichtje van Reintje in......
— Ja, ja... nee... ik weet 't niet!
Toen, ineen, begon Rebecca te snikken.
Reintje, ontdaan, drukte streelend Rebecca's hoofd
tegen haar bijna naakte borstjes. Zij, de jongere, voelde zich nü de levens-oudere, de wijzere, van veel scherpere ondervinding. Rebecca bleef heelemaal iets
aparts. Jazeker, voor Reintje...... Zij, instinct en
passie, leefde alleen in roekelooze drift voor, of in rillenden afschuw van mannen. Maar Reintje wist van zichzelve tenminste, dat zij als temeie genoot in den zwijmel van flirt, weigering of overgave. Zij was nu eenmaal verzot op sensatie. Zij verachtte en begeerde betaalde liefde in gelijke mate. Zij kende de uitwerking van haar wulpsche tinteloogen, al doordrong zij het verdorvene van haar eigen hartstochten nauwelijks. Rebecca was wel heelemaal vrij van zinnelijke verdwazing, maar zij vond haar toch een traag schaap, een onnoozele, die niét genoot van haar mooiheid. Kwatsj!... En daarom voelde Reintje zich nu, in haar teeder troosten van Rebecca, de meerdere. Zij, de grillige cocotte, de lokkende af-stootster en de scheidend-aanhalige,... zij had toch ook haar échte liefde......
Spontaan vertelde Rebecca van haar onverdragelijk verdriet over vader, die heelemaal zwijgend verschrompelde, wegkwijnde en nauwelijks meer sprak.
Reintje, geprikkeld, trampelde de kleine, fijnge-schoeide voetjes ongeduldig op den grond. Hysterisch-scherp klonk haar stem:
— Zijn eigen schuld!... Je vader is 'n akelige stijfkop!... 'n Schande, om jou zóó te pesten!......
Rebecca ontwrong zich met een ruk aan Reintje's omstrengeling en keek met den wonderzachten blik, het buur-vriendinnetje onthutst aan. Neen, Reintje
Temeie: lichtekooi.