409
sjookelä!...... Zou je hem niet tot lijm slaan!
Giftig gromde hij:
— D'r is nog plaas voor je an de galg van Haman... addenoy!... Je twee beize zalle uitzwere... tha... 'n Poeremkadootje!...
Josua Hereira was gewoonweg verzot op Puriem; op het feest van Mordechaï en Esther. Zijn keppeltje gunde hij, dien dag, geen rust op de kruin. Van het zeer weinige, dat hij bezat, schonk hij wég aan arme menschen; wat hij wel en niet ontberen kon. Ook Rebecca deelde alles met vader's familie en met de lieve oude vrouwtjes aan d'overkant. Ieder, die hunkerde op Puriem, leerde Josua, moést gegeven worden. Vooral den armen... Het bleef voor Rebecca haar leven lang een heerlijke jubelfeestdag. Er tintelde voor haar iets van een vroegen lentedroom in Puriem; een oud, zoet, knagend verlangen, onbestemd en zwevend, dat Uriël nu vorm gaf... Al was er eigenlijk niets meer van Puriem, van carnavals-jool over, dät herinnerde zich zelfs Rebecca nog wel. Van haar zesde jaar had Rebecca heugenis aan heel anderen Puriem-jubel in de buurt...
Plots holde Reintje het kamertje binnen; uitdagende ,,Reintje van éénhoog"; hel-blond kopje, bijtend-rood het geverfde mondje, als een bloedend vruchtje, en dof-brandend rouge koortsend op de blanke wangetjes. Maar heel strak-slank; aanhalig-lief en toch schel van stem, elegant, trippelvlug en lenig gelijk een fijn-geënkeld danseresje. Zij was veel grilliger, schaamte-loozer en losbandiger geworden, na haar moeder's dood. Zij gaf om niets en niemand meer. Alleen bij een nieuwen minneroes, brak er verteedering en wilde hunkering door haar heen. Reintje smeet haar cigaretje weg, kuste Rebecca en rukte snel-zakelijk een venster cp. Zij had het altijd en overal benauwd. Haar jonge.
Beizen: oogen.